Hoge Raad bevestigt geldigheid van pre-2021 contracten met Malta-gelicentieerde goksites
Hoge Raad bevestigt geldigheid van pre-2021 contracten met Malta-gelicentieerde goksites

De Hoge Raad der Nederlanden heeft in een recente uitspraak bepaald dat spelerscontracten met online gokoperators die voor 2021 onder een Malta-licentie opereerden niet automatisch nietig zijn op grond van het Burgerlijk Wetboek of de Wet op de kansspelen, waardoor terugvordering van historische verliezen op die basis niet mogelijk blijkt, en deze beslissing kwam als antwoord op prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland in twee concrete zaken met verliezen van respectievelijk ongeveer 139.465 dollar op PokerStars en 135.137 euro op PartyCasino tussen 2006 en 2021.
Achtergrond van de prejudiciële vragen
De rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland legden in 2024 en 2025 prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad omdat spelers in afzonderlijke procedures betoogden dat hun contracten met buitenlandse aanbieders ongeldig waren vanwege het ontbreken van een Nederlandse vergunning voor 1 oktober 2021, het moment waarop de Wet kansspelen op afstand van kracht werd, terwijl de operators wel beschikten over Malta-licenties die in andere EU-lidstaten geldig waren en de kernvraag draaide om de vraag of artikel 3:40 BW en de bepalingen uit de Wet op de kansspelen automatisch tot nietigheid leidden zonder dat de wetgever dat expliciet had bepaald.
De kern van de uitspraak
De Hoge Raad oordeelde dat noch het Burgerlijk Wetboek noch de Wet op de kansspelen voor 2021 een automatische nietigheid van dergelijke contracten voorschrijven, omdat de wetgever destijds geen expliciete sanctie op het ontbreken van een Nederlandse vergunning had gekoppeld aan de geldigheid van de overeenkomst zelf, en daardoor blijft de overeenkomst in stand zodat spelers hun verliezen niet op basis van nietigheid kunnen terugvorderen, terwijl de uitspraak benadrukt dat de Malta-licentie weliswaar geen Nederlandse vergunning verving maar ook niet automatisch de rechtsgeldigheid aantastte.
Betrokken bedragen en specifieke zaken
In de ene procedure ging het om een speler die tussen 2006 en 2021 ongeveer 139.465 dollar verloor via PokerStars en in de andere zaak om een speler met een verlies van 135.137 euro via PartyCasino over dezelfde periode, en beide rechters wilden weten of die bedragen teruggevorderd konden worden omdat de aanbieders zonder Nederlandse licentie opereerden terwijl de Hoge Raad nu duidelijk maakt dat die route juridisch niet openstaat.

Gevolgen voor lopende procedures
Rechtbanken in Nederland zullen deze lijn moeten volgen bij vergelijkbare claims, zodat zaken waarin spelers historische verliezen proberen terug te halen op grond van ongeldige contracten zonder Nederlandse vergunning voor 2021 geen kans van slagen meer maken, terwijl de uitspraak tegelijk ruimte laat voor andere juridische grondslagen zoals misleidende reclame of onzorgvuldige dienstverlening mits die apart worden aangetoond en de Hoge Raad heeft daarmee een belangrijk signaal gegeven aan de lagere rechtspraak over de interpretatie van pre-2021 regelgeving.
Context van de marktregulering sinds 2021
Sinds de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand op 1 oktober 2021 moeten aanbieders een Nederlandse vergunning hebben om legaal tot de Nederlandse markt toe te treden, en de Hoge Raad benadrukt in zijn arrest dat de wetgever voor die datum bewust geen regeling heeft getroffen die contracten met buitenlandse vergunninghouders automatisch nietig verklaart, waardoor de overgangsperiode juridisch duidelijker wordt voor zowel spelers als operators die voorheen onder EU-regels vielen.
Conclusie
De uitspraak van de Hoge Raad brengt duidelijkheid in een reeks lopende procedures over historische gokverliezen en bevestigt dat contracten met Malta-gelicentieerde aanbieders voor 2021 niet zonder meer als nietig kunnen worden beschouwd, waardoor spelers hun claims op die specifieke grondslag niet kunnen baseren terwijl de betrokken rechtbanken nu hun zaken kunnen afhandelen in lijn met deze prejudiciële beslissing en de details van de zaak verder uitwerken in de lagere instanties.